Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

Eigenschappen

Een watermolecule is de samenstelling van een groot zuurstofatoom (O) en twee kleine waterstofatomen (H). Deze atomen worden door sterke krachten verbonden.

Ruimtelijk gezien is de elektrische lading niet gelijkmatig over de molecule verdeeld. Dit maakt dat er ook een aantrekkingskracht tussen de watermoleculen onderling bestaat. Deze unieke moleculaire structuur zorgt ervoor dat water een aantal bijzondere eigenschappen heeft, waardoor het zich van alle andere stoffen onderscheidt.

Zuiver water is kleur-, geur- en smaakloos. Helderheid is een levensbelangrijke eigenschap. Ze laat  verlichting onder het wateroppervlak toe, waardoor bij planten het  fotosyntheseproces kan verlopen.

Water is de enige stof die onder natuurlijke omstandigheden in vaste (ijs), vloeibare (water) en gasvormige toestand (damp) voorkomt. Bij 0°C wordt het vriespunt bereikt, het kookpunt op 100°C.

De meest opvallende fysische eigenschap van water is het feit dat de densiteit (dichtheid) varieert met de temperatuur. Bij afkoeling neemt de dichtheid –net zoals bij alle andere stoffen trouwens– toe: d.w.z. het volume vermindert, het "krimpt". De densiteit is het grootst aan 4°C. Beneden 4°C vermeerdert het volume opnieuw. Het water "zet uit", wordt lichter en gaat over in ijs bij 0°C. Dit specifieke gedrag heeft belangrijke gevolgen: in de winter gaat zich een drijvende ijslaag aan het wateroppervlak vormen, die het onderliggende water beschermt tegen de strenge vrieskou.

Water heeft een uitzonderlijk oplossend vermogen. Daardoor is het een ideaal transportmiddel om voedingsstoffen naar alle delen van het organisme te brengen en afvalstoffen weer af te voeren. Het zorgt eveneens voor afkoeling. Door te zweten verliezen we immers water, waardoor onze lichaamstemperatuur op peil wordt gehouden.

Water warmt slechts langzaam op en zal die warmte ook maar traag afgeven. Anderzijds slorpt het meer warmte op dan de meeste andere stoffen. Bij hoge temperaturen gaan zeeën en oceanen, maar ook de waterdamp in de atmosfeer, een groot deel van de zonnewarmte opslaan. Daardoor zal de watertemperatuur stijgen. De waterdamp die ontstaat, zorgt ervoor dat de zon niet genadeloos brandt bij heldere hemel. Wanneer het kouder wordt, zal het water de opgeslagen warmte afgeven. Op deze manier beschermt het water ons tegen extreme temperatuurverschillen. Het mooiste voorbeeld van dit effect - of beter gezegd de afwezigheid van dit effect - is de woestijn: daar is het heet overdag en ijskoud 's nachts.

Bekijken we de viscositeit of mate van samenhang, dan merken we ook iets bijzonders.  Ondanks de aanwezigheid van relatief sterke aantrekkingskrachten tussen de moleculen onderling, is water toch een beweeglijke vloeistof. Dit is het gevolg van de kleine afmeting van de watermolecule. Belangrijk is ook dat de viscositeit afneemt bij toenemende druk. Mocht water deze eigenschap niet bezitten, dan zou het slechts druppelsgewijs uit de kraan komen.

Water is vloeibaar, maar toch worden kleine diertjes en voorwerpen gedragen door het water. Dit komt door de "oppervlaktespanning", een soort buigzaam vliesje dat zich aan de oppervlakte vormt door de krachten waarmee de waterdeeltjes elkaar aantrekken. Gieten we heel voorzichtig water in een glas, dan zien we de oppervlaktespanning aan het werk. Als het glas vol is, merken we dat het wateroppervlak een beetje bol staat.  De huid van het water, de oppervlaktespanning, zorgt ervoor dat het glas niet overloopt.

© Hidrodoe
Hidrodoe is een initiatief van Pidpa